Eén taal

In Estland is het einde van Russischtalig onderwijs in zicht

Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne besloot de regering van Estland om een einde te maken aan het Russischtalig onderwijs. Hoe reageren ouders en docenten op de overgang naar onderwijs in een voor hen vreemde taal?

De Avatud Kool ziet er uit als een gewone Estse school, waar dagelijks zo’n vierhonderd kinderen onderwijs krijgen. Maar schijn bedriegt. Wat deze school uniek maakt, is dat kinderen met Russisch als moedertaal in de klas zitten bij kinderen met Ests als moedertaal.

“De buitenwereld vindt onze multiculturele klassen heel speciaal”, zegt schoolleider Sandra Järv, “maar de kinderen hebben geen idee dat het ook anders zou kunnen. Hoe bijzonder dat eigenlijk is merken we pas als een wat oudere leerling instroomt. Die reageert in het begin geschokt: Oh, wow, we zitten allemaal bij elkaar, we praten met elkaar, we zijn vrienden van elkaar.”

Avatud Kool (Open School) ligt in de arbeiderswijk Pelgulinn, niet ver van de haven van Tallinn, de hoofdstad van Estland. Veel van de kenmerkende houten woningen uit het einde van de negentiende eeuw zijn sinds de onafhankelijkheid in 1991 vervangen door uniforme woonblokken met appartementen op drie verdiepingen. Het is een gemengde wijk met ongeveer evenveel Russisch- als Ests-sprekende bewoners.

“Instromende leerlingen reageren vaak geschokt: Wow, we praten met elkaar, we zijn vrienden”

Tweetalig curriculum

De oprichters van deze private school hadden volgens Sandra Järv een missie: bewijzen dat er een alternatief is voor het duale schoolsysteem in Estland, waarbij je of in het Ests, of in het Russisch les krijgt. Hier leren Russisch- en Ests-sprekende kinderen samen vanuit één onderwijsmethode. De docenten ontwikkelden bij de start in 2017 een eigen tweetalig curriculum. Daardoor leren de kinderen niet alleen elkaars taal, maar ontstaat er volgens de schoolleider ook meer begrip voor de verschillende visies op de geschiedenis van Estland sinds de bezetting door de Sovjet-Unie.

Een voorbeeld is de expositie in de gangen op de eerste verdieping, gemaakt in de aanloop naar de jaarlijkse viering van Onafhankelijkheidsdag op 24 februari. Elke poster vertelt met tekeningen en teksten het persoonlijke verhaal van een ouder familielid van een leerling. Zo werd de oma van Oleg na de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd naar Siberië, terwijl de oom van Jekaterina migreerde vanuit Rusland naar Estland omdat er werk was in de industrie en arbeidsmigranten voorrang kregen bij het toewijzen van een woning.

Van de Russisch- en Ests-sprekende docenten vraagt het schoolsysteem volgens Sandra Järv vooral ‘veel geduld om elkaar te begrijpen en extra tijd om een relatie op te bouwen’. Ze is blij met de ondersteuning van de overheid voor het nieuwe concept. “Onze school bewijst dat het ook anders kan. Daarom komen ook steeds meer scholen hier op bezoek, om te leren van onze ervaringen. We hoeven ze niet eens te overtuigen. Ze kijken rond en ontdekken zelf dat het werkt.”

Ondanks deze positieve resultaten op de private Avatud Kool heeft de in 2023 gekozen regering besloten om het concept van gemengde scholen niet landelijk in te voeren voor het openbaar onderwijs. Door de oorlog in Oekraïne kwam er politiek en maatschappelijk draagvlak voor een ambitieus hervormingsprogramma, waarbij alle 75 Russischtalige scholen verplicht worden om vanaf volgend schooljaar les te geven in het Ests. De transformatie begint met de jongste leerlingen, totdat er in 2030 op geen enkele school meer in het Russisch les wordt gegeven.

Progressieve keuze

Een van de oud-docenten van de Avatud Kool is de 27-jarige Aleksei Jasin, die Russisch als moedertaal heeft. Dat hij zelf tweetalig opgroeide, was een bewuste en voor die tijd zeer progressieve keuze van zijn ouders. “Tijdens mijn studie sociale wetenschappen in Tartu ontwikkelde ik een andere kijk op de politieke geschiedenis van Estland”, zegt Jasin. “In die tijd steunde ik een pro-Russische partij, omdat alleen politici van deze partij de moeite namen om in het Russisch met ons in gesprek te gaan. Later kwam ik tot het inzicht dat deze partij er politiek belang bij had om de isolatie van de Russischtalige minderheid in stand te houden.” Jasin sloot zich daarop aan bij Estonia 200, een nieuwe progressief-liberale partij die genoeg had van de verdeeldheid zaaiende taalpolitiek van de zittende partijen en die een einde wilde maken aan het duale onderwijssysteem. In 2020 werd hij het jongste bestuurslid en stond op de vijftiende plek voor de verkiezingen van maart 2023, net niet hoog genoeg om parlementslid te worden.

Als aankomend politicus profileerde Jasin zich tijdens de campagne als voorstander van gemengde scholen voor Russisch en Ests sprekende kinderen. “Ik zei ooit: op de dag dat Russischtalige kinderen niet meer naar aparte scholen gaan, drink ik champagne en ga lang zitten nadenken over het volgende doel in mijn leven.” De hervorming waaraan de overheid is begonnen gaat wat Jasin betreft niet ver genoeg. “Jammer genoeg zijn er zowel juridische als demografische bezwaren om het concept van gemengde scholen landelijk in te voeren”, legt Alkesei uit. “In de oostelijke grensregio is de mix niet aanwezig om kinderen uit de verschillende taalgemeenschappen bij elkaar in een klas te zetten.”

“Sommige leerlingen gaan het moeilijk krijgen, net als ouders en docenten”

Sceptisch

Dat roept de vraag op hoe Jasin aankijkt tegen het huidige hervormingsprogramma. Gaat dat wel bijdragen aan de zo gewenste integratie? “Ik ben voorzichtig positief”, antwoordt Jasin. “De helft van de Russisch sprekende Esten zegt nu: okay, we zien dat het nodig is, laten we ervoor gaan. De andere helft is sceptisch en ziet vooral praktische bezwaren. Ik denk dat het programma en het budget voldoende zijn om in de komende tien jaar grote veranderingen te realiseren, maar het zal zeker niet lukken om op alle scholen de omslag te maken. Sommige leerlingen gaan het moeilijk krijgen, net als ouders en docenten. Maar in het belang van het land en het grotere verhaal, vind ik wel dat we deze hervorming moeten doorzetten.”

Na zijn studie gaf Jasin twee jaar les in het Ests aan Russisch sprekende kinderen op een school in Sinimäe, niet ver van Narva, de grensstad met Rusland. Scholen konden vrijwillig meedoen aan een speciaal lesprogramma om het beheersen van de Estse taal te bevorderen.

Sinds twee jaar is de veertigjarige Aljona Kordontsuk directeur van deze school. Zij groeide op in een Russischtalige familie in Narva, waar 97 procent van de bevolking Russisch als moedertaal heeft. Ze was eerst leerling en daarna acht jaar docent aan de school waar ook haar eigen twee zonen op zitten. Hoe reageren de Russischtalige inwoners in deze grensregio op de overgang naar onderwijs in een voor hen vreemde taal?

“De meerderheid van de Russischtalige docenten heeft stress, heel veel stress”

“De meerderheid van de docenten heeft stress, heel veel stress”, zegt Kordontsuk. “Ze realiseren zich dat het werk over een jaar of twee ophoudt, omdat ze zich verzetten tegen de veranderingen.” Dat verzet heeft volgens Kordontsuk vooral te maken met hun politieke standpunten. “Sommigen van mijn oud-collega’s zijn fans van Poetin, hebben geen vertrouwen in de Estse staat, kijken naar de Russische televisie. De vrees van de overheid dat leerlingen verkeerde informatie meekrijgen, is terecht. Toen de oorlog begon, kwam ik met een blauwgeel hart op mijn rugzak naar school, om steun aan Oekraïne te betuigen. Collega’s keerden zich fysiek van mij af, wilden niet meer naast me zitten. Docenten zijn slim genoeg om niet openlijk hun steun aan Poetin te betuigen. Maar leerlingen krijgen toch wel mee hoe docenten werkelijk denken. Zo kreeg mijn zoon een keer een onvoldoende voor een opdracht over Stalin van een pro-Poetin leraar.”

Aljona Kordontsuk ziet ook dat jonge docenten die enkel Ests spreken het moeilijk hebben op Russischtalige scholen. “We hebben in deze regio nieuw bloed nodig om de lesmethodes te moderniseren. De transitie zou daarvoor kunnen zorgen. Het probleem is alleen dat jonge docenten niet blijven, omdat ze niet welkom zijn. De oudere docenten zien hen als een bedreiging. Zo kreeg een docent biologie de vraag waarom ze in het Ests les gaf. Ze antwoordde: omdat het volgens de officiële richtlijnen moet. Nee, zeiden haar collega’s, dat hoeft alleen maar op papier. Onze leerlingen hebben Russisch sprekende docenten nodig, dus alsjeblieft, spreek Russisch. Gelukkig weigerde ze, maar voor haar collega’s is zij een freak.”

Verantwoordelijk voor de transitie naar volledig in het Ests gegeven onderwijs is Ingar Dubolazov, programmamanager namens de minister van onderwijs. Hij gaat regelmatig naar Russischtalige scholen om vragen van schoolleiders, docenten, ouders en leerlingen te beantwoorden en hun zorgen weg te nemen. Merkt hij dat er steun is voor de transitie? “Er zijn politici en schoolleiders in gemeenten die niet gemotiveerd zijn om te veranderen”, zegt Dubolazov. “Omdat scholen in hoge mate autonoom zijn, hebben we geen harde, dwingende maatregelen als ze aangeven dat het niet gaat lukken. We kunnen hooguit een school een boete geven of onder supervisie plaatsen.”

Innovaties alleen in het Ests

Het merendeel van de Russischtalige docenten is vijftig jaar of ouder, opgeleid in het pedagogisch instituut van Sint-Petersburg en gebruikt nog steeds ouderwetse lesmethoden uit de Sovjet-Unie. Zij hebben de innovaties in het moderne onderwijs gemist, omdat die programma’s alleen in het Ests werden aangeboden. Daardoor hebben Russisch sprekende kinderen volgens Ingar Dubolazov gemiddeld een jaar leerachterstand en is de instroom in het hoger onderwijs 30 procent lager. Dat een deel van deze docenten zal afhaken en stoppen met werken, is volgens de programmamanager ingecalculeerd.

Volledig gratis

De overheid heeft extra geld vrijgemaakt voor het omscholen van zo’n 2500 Russischtalige docenten die op dit moment niet het vereiste taalniveau hebben om in het Ests onderwijs te geven. Hoopgevend vindt Ingar dat veel docenten dit jaar begonnen zijn met taallessen. Met een bonus van 50 procent op het salaris probeert de overheid Estse leraren te verleiden om op Russischtalige scholen in de grensregio met Rusland te gaan werken.

Omdat er tegelijkertijd een groot landelijk tekort is aan leraren, zijn er extra plekken gekomen voor studenten die volledig gratis een pedagogische opleiding kunnen volgen. Deze maatregelen moeten op korte termijn effect sorteren, want veel tijd is de scholen niet gegund om de transitie te maken.

Ondanks de forse uitdagingen is Ingar Dubolazov optimistisch over de grootste onderwijshervorming sinds de onafhankelijkheid. “Het is zeker niet zo dat alle ouders tegen zijn”, zegt Dubolazov. “Sommigen kwamen ons achteraf bedanken, omdat ze zien dat deze verandering belangrijk is voor de toekomst van hun kind. Ouders zijn vooral bezorgd dat ze hun kinderen niet meer kunnen begeleiden bij hun huiswerk. We hebben uitgelegd dat dit niet hun taak is en dat leerlingen op school begeleid worden. Dat individuele leerlingen extra ondersteuning kunnen krijgen en dat we de schoolresultaten nauwkeurig gaan monitoren, stelde veel ouders gerust.”

Share this story