De Nederlandse Heide

_MG_9369.jpg_MG_9330.jpg_MG_1351-Edit.jpg_MG_9680.jpg_MG_9818-Edit.jpg_MG_0923.jpg_MG_0824.jpg_MG_0031.jpg_MG_2322.jpg_MG_4690.jpg_MG_7139.jpg_MG_9349.jpg_MG_9608.jpg

De Nederlandse Heide (2015)

 

Bijna iedereen in Nederland zal bekend zijn met de heidegebieden die ons land rijk is. Toch is hun aanwezigheid minder

vanzelfsprekend dan op het eerste oog lijkt. Een heidegebied dat aan zijn lot wordt overgelaten, zal snel verdwijnen.

Menselijk beheer is noodzakelijk.

De heideplant is namelijk een pionier die als één van de eerste planten op zandgronden gaat groeien in een poging van

de natuur om deze zandgronden te koloniseren. De functie die heide daarbij heeft, is het vasthouden van het zand, zodat

het niet gaat stuiven. De bodem wordt daarbij tevens verrijkt met voedingsstoffen die ervoor zorgen dat op die plek ook

andere planten kunnen gaan groeien.

En dit is het punt waar heidebeheer noodzakelijk wordt. Als er niets gedaan wordt, krijgen die andere planten de

overhand en vergrast de heide om later zelfs in bos te veranderen. Tegenwoordig bestaat het beheer uit het dagelijks

laten grazen van kuddes schapen, het handmatig verwijderen van opslag van vliegdennen en berken, plaggen en het

machinematig kappen van volwassen bomen.

Dit beheer wordt gedaan omdat wij als samenleving de heidebiotoop waardevol vinden. Vanwege het open karakter zijn

het geschikte gebieden om in te wandelen en hard te lopen. Zeker aan het eind van de zomer, als de heide op haar

mooist is en massaal paars kleurt. Daarnaast zijn de heidegebieden een belangrijk leefgebied voor talrijke diersoorten.

Zo zijn twee van de drie slangen, adder en gladde slang, grotendeels afhankelijk van de heide. Ook komen er veel

specifieke soorten libellen, vlinders, kevers, hagedissen en salamanders voor.

Vroeger was de functie van de heide echter heel anders en had het voornamelijk een nutsfunctie voor boeren. Bossen

werden gekapt, waarna op de voedselarme, kale terreinen heide opkwam. Deze heidevelden waren uitermate geschikt

om het vee op te laten grazen, omdat de heidestruiken het hele jaar groen zijn. In potstallen werden de heideplaggen

gebruikt om, gemengd met de uitwerpselen van het vee, over de akkers uit te spreiden en het land te bevruchten. Na de

introductie van kunstmest was dit niet meer noodzakelijk en is het gebruiksnut van de heide verdwenen. Tegenwoordig

rest nog maar 5% van de oorspronkelijke heidegebieden en zijn de typische potstallen van toen, op enkele na,

verdwenen.